| | |

  • Nederlands
  • English

Araneidae (Wielwebspinnen)

Zoals de Nederlandse naam al zegt maken deze spinnen wielwebben. De webben hebben een gesloten naaf en een signaaldraad die leidt naar een schuilplaats, bijvoorbeeld onder een nabijgelegen blad. De spinnen hebben sterke tanden, waarmee ze de prooi fijnkauwen en doordrenken met verteringssappen. Uiteindelijk blijft er een ondefinieerbaar propje over van de prooi. In Europa komen zo’n 140 soorten voor.

Genus Aculepeira

De spinnen van dit genus zijn te onderscheiden van de andere genera behorend tot de Araneidae door het abdomen dat een elliptische vorm met een typische bladachtige tekening heeft. Ze maken een wielweb met in de naaf een dicht witviltig spinsel. De schotelvormige schuilplaats is eveneens bekleed met dicht spinsel. In dezelfde familie komt een zeer gelijkend genus voor: Neoscona. Hiervan zijn de spinnen echter kleiner dan van het genus Aculepeira.


Genus Agalenatea

Het roodbruine abdomen van deze spinnen is breder dan lang en bij sommige vrouwtjes lijkt het zelfs rond. Evenals de andere Araneidae maken ze een (groot) wielweb met een dichte naaf.


Genus Araneus

Onder dit genus vallen ongetwijfeld de bekendste spinnen, waaronder de Kruisspin (Araneus diadematus) die waarschijnlijk iedereen wel kent. De spinnen maken een groot wielweb dat soms zelfs bijna 50 cm in doorsnede kan zijn. Sommige soorten hebben duidelijke schouderknobbels.


Genus Araniella

Deze spinnen zijn door hun groene of groenachtige kleur en stippenpatroon op het abdomen gemakkelijk te herkennen. De soorten, echter, zijn onderling moeilijk van elkaar te onderscheiden. Ze maken kleine wielwebben in lage vegetatie en struiken.


Genus Argiope

De spinnen van dit genus zijn ofwel door hun gele streeppatroon ofwel door hun gelobde abdomen zeer opvallend te noemen. Het zijn grote spinnen (soms meer dan 20 mm). Dit geldt voor de vrouwtjes althans, mannetjes zijn vaak veel kleiner. Ze maken grote wielwebben met daarin vaak een zigzagvormige spinselband (stabilimentum), die ook in de webben van Cyclosa en Uloborus voorkomt.


Genus Cercidia

De spinnen van Cercidia hebben een ovaal abdomen dat aan de voorkant puntig uitloopt. Op het voorste gedeelte van het abdomen hebben zij een scutum, deze is bij het mannetje duidelijker te zien dan bij het vrouwtje. Ze maken vlak bij de grond een klein wielweb dat makkelijk over het hoofd gezien kan worden. De spin zit normaal gesproken in het midden van het web te wachten op een prooi, maar bij de kleinste verstoring laat ze zich op de grond vallen. Ze zijn dan ook vaker op de grond te vinden. In Europa kom slechts één soort van dit genus voor.


Genus Cyclosa

Deze spinnen hebben een opvallend abdomen met aan de achterkant één of vier knobbels. Daarnaast hebben ze soms nog knobbels aan de voorkant van het abdomen. Ze maken een wielweb met daarin, evenals Argiope en Uloborus, een zogenaamd stabilimentum. In deze spinselband worden door Cyclosa vaak prooiresten en ander materiaal gestopt. Wanneer de spin hiertussen gaat zitten zal zij bijna niet opvallen.


Genus Cyrtophora

Ondanks dat deze spinnen tot de Wielwebspinnen behoren, maken ze geen wielweb. Het web dat ze maken is horizontaal aangelegd en lijkt wat op een visnet met daarboven een tentachtige structuur. Het is zeer complex. De spin doet er dan ook meerdere nachten over om het web te weven. Het web wordt soms beschouwd als een voorloper van het meer eenvoudige wielweb, aangezien het door de horizontale oriëntatie voornamelijk bedoeld is om springende insecten te vangen in plaats van vliegende. Wielwebben daarentegen zijn later in de evolutie ontstaan om de insecten die gingen vliegen te kunnen vangen. In Europa komt slechts één soort van deze spinnen voor.


Genus Gibbaranea

Alle spinnen van dit genus hebben een duidelijke schouderpartij met twee knobbels. Ze maken hun onopvallende wielweb in bomen of struiken.


Genus Glyptogona

Van het genus Glyptogona komen wereldwijd slechts twee soorten voor, waarvan één in Europa.


Genus Larinia

Deze nachtelijke spinnen maken hun wielweb in hoog gras. Ze zijn klein en hun abdomen is altijd langer dan breed; soms zeer langgerekt.


Genus Larinioides

Larinioides maakt haar wielweb vaak in de nabije omgeving van water. De mannetjes hebben eenzelfde, maar duidelijker tekening dan de vrouwtjes, een kleiner abdomen en langere poten.


Genus Mangora

Deze kleine, maar onmiskenbare spin maakt een overhangend, bijna horizontaal wielweb in struiken en lage beplanting. Het web heeft relatief veel spaken en windingen, waardoor het zeer fijnmazig is. De spin is overdag meestal in het midden van het web te vinden.


Genus Neoscona

Neoscona maakt in diverse begroeiing, zoals heide of citrusbomen, een wielweb met daar dicht naast een zakvormige schuilhoek. Hier wacht de spin op haar prooi.


Genus Nuctenea

Deze spinnen zijn zeer donker van kleur en opvallend plat. Dit laatste heeft te maken met de schuilplaats van de spin die zich onder de bast van een boom of in een nauwe spleet (van bijv. rotsen of gebouwen) bevindt. De nachtelijke spin komt over het algemeen alleen in de schemering naar buiten om haar wielweb te weven.


Genus Parazygiella

Deze middelgrote spinnen behoorden voorheen tot het genus Zygiella. Ze zijn dan ook sterk verwant aan deze soorten.


Genus Singa en Hypsosinga

De spinnen van de genera Singa en Hypsosinga worden ook wel glansspinnen genoemd. Dit vanwege hun kort behaarde, sterk glanzende lichaam. Het zijn kleine spinnen die hun wielwebben voornamelijk in lage vegetatie in vochtige gebieden maken.


Genus Zilla

Het abdomen van deze opvallend kleine wielwebspinnen komt soms zo ver over het carapax heen dat het lijkt alsof de spin geen kop heeft als ze in het web hangt. Het web is zeer dicht geweven en heeft geen signaaldraad en geen schuilhoek. De spin zit in het midden van het web.


Genus Zygiella

Deze spinnen zijn gemakkelijk te onderscheiden van de andere Araneidae, doordat hun web vaak een open sector heeft. Achter deze sector bevindt zich de signaaldraad die naar de schuilhoek van de spin loopt. De signaaldraad ligt meestal in hetzelfde vlak als het web, maar als door invloed van de omgeving (raamkozijnen, muren, schors of rotsen) de hoek tussen de signaaldraad en het web groter is dan zo’n 40°, dan maakt de spin een volledig wielweb. Ook jonge dieren maken een volledig wielweb.